Het College
voor de Toelating
van
Bestrijdingsmiddelen,
gelet op de aanvraag d.d. 31 januari 1994 (aanvraagnummer 19940063 TB ) tot verkrijging van een verlenging van de toelating
voor het middel Indorex IGR Aerosol,
toelatingnummer 11661 N.
gelet op de artikelen 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),
BESLUIT:
In zijn besluit van 2 februari 1996 betreffende de toelating van het bestrijdingsmiddel
onder toelatingsnummer 11661 N, wordt het bepaalde onder § 1, onder 2, op gronden als in bijlage 1 dezes vermeld, vervangen door:
“2. De toelating geldt tot 1 september 2010.”
Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004.
Degene wiens belang rechtstreeks bij
dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet
1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes
weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift
indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift
dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van
Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN
BESTRIJDINGSMIDDELEN,
(voorzitter)
Hermesweg 15
3771 ND
BARNEVELD
HET COLLEGE VOOR DE
TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN
BIJLAGE I bij het verlengingsbesluit van het middel Indorex IGR Aerosol,
toelatingsnummer 11661 N.
Betreft de verlenging van de toelating van het middel Indorex IGR Aerosol (19940063 TB) een middel op basis van de werkzame stoffen permethrin, piperonylbutoxide en fenoxycarb na 1 januari 2004 (einddatum van de werkzame stof permethrin). Het middel is uitsluitend toegelaten voor het gebruik als middel ter bestrijding van vlooien in ruimten die niet toegankelijk zijn voor kinderen met een leeftijd van 0-4 jaar. Uitsluitend pleksgewijs toepassen en direct contact met voedingsmiddelen voorkomen.
Gelet op artikel 25d van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962
heeft het CTB een lijst opgesteld van aangewezen werkzame stoffen om in aanmerking te komen voor een van
rechtswege verlenging van toelatingen gebaseerd op deze stoffen. De
werkzame stof permethrin
(H-middelen) komt niet voor op deze lijst. De werkzame stof behoort daarmee tot
de zogenoemde prioritaire stoffen (voorheen A stoffen).
De einddatum van de werkzame stof permethrin voor H-toepassingen is 1 januari 2004.
De einddatum van de werkzame stof piperonylbutoxide is 1 september 2010.
De werkzame stof fenoxycarb is geplaatst op de lijst van werkzame stoffen (voorheen B/C) stoffen.
Eerdere besluitvormingen door het College
Naar aanleiding van
C-115.3.6 (november 2001) heeft het College het volgende besloten:
· Het College besluit de toelating van de middelen VET-KEM SIPHOTROL S MAXISPRAY, SIPHOTROL S POMPSPRAY, Sprigone tegen kruipende insekten en wespen, Indorex IGR Aerosol en Indorex IGR Pompspray definitief te beëindigen daar op dit moment voor permethrin geen NOAEL kan worden vastgesteld m.b.t. de neurologische- en gedragseffecten op jonge kinderen
· uit de risicobeoordeling blijkt dat overige gezondheidseffecten niet kunnen worden uitgesloten indien kruipende kinderen in de post-applicatie fase worden blootgesteld aan permethrin (MOS<100)
· Door beperking van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing van PERMAS-D tot bestrijding van wespen buitenshuis is er geen sprake meer van een risico voor de volksgezondheid.
·
Het College besluit de toelatingen van de
bestrijdingsmiddelen PERMAS-D,
EULAN SPA 01 en PERIGEN op basis van permethrin te verlengen tot 1 januari 2004
op basis van art. 5, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en art. 7, 5e
lid Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995, voor de duur van de afronding
van de besluitvorming door het College.
·
Als nieuwe einddatum voor permethrin wordt 1 januari
2004 vastgesteld.
· De gegevens te leveren ten behoeve van de afronding van de besluitvorming dienen uiterlijk 1 januari 2003 te worden geleverd.
Naar aanleiding van C-111.3.7 (juli 2001) heeft het College het volgende besloten.
·
Het College heeft het voornemen om de toelatingen
van de middelen Indorex IGR Aerosol, Indorex IGR Pompspray, VET-KEM SIPHOTROL S
MAXISPRAY, SIPHOTROL S POMPSPRAY en Sprigone tegen kruipende insekten en wespen
op basis van permethrin te beëindigen per 1 januari 2002, daar er sprake is van
mogelijke risico’s voor de volksgezondheid, namelijk risico’s voor jonge kinderen:
·
op dit moment kan geen NOAEL worden vastgesteld
m.b.t. de neurologische effecten op jonge
kinderen.
·
voor de
middelen Indorex IGR Aerosol, Indorex IGR Pompspray,
VET-KEM SIPHOTROL S MAXISPRAY, SIPHOTROL S POMPSPRAY geldt bovendien dat uit de
risicobeoordeling blijkt dat gezondheidseffecten niet kunnen worden uitgesloten
indien kruipende kinderen in de post-applicatie fase worden blootgesteld aan
permethrin
(MOS <100).
·
Voor het -uitsluitend professioneel toegepaste
middel- PERMAS-D dienen de volgende aanvullende gegevens dienen vóór 1 oktober
2001 te worden geleverd: gegevens met betrekking tot de periodes gedurende
welke de actieve ingrediënt, na gebruik van het middel in verblijfsruimten
conform het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing, aantoonbaar en
dus potentieel schadelijk is.
·
Het College besluit de toelatingen van Indorex IGR
Aerosol, Indorex IGR Pompspray, VET-KEM SIPHOTROL S MAXISPRAY, SIPHOTROL S
POMPSPRAY,
Sprigone tegen kruipende insekten en wespen, PERMAS-D, EULAN SPA 01 en PERIGEN
op basis van permethrin te verlengen tot 1 januari 2002 op grond van art. 5,
eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7, vijfde lid Regeling
toelating bestrijdingsmiddelen 1995 ten behoeve van afronding van de
besluitvorming.
·
Als (nieuwe) einddatum voor permethrin wordt 1
januari 2002 vastgesteld.
Stand van zaken met betrekking tot de huidige aanvragen
Indorex IGR Aerosol
(11661 N) en Indorex IGR Pompspray (11632 N)
Op het voornemen van het College om de toelatingen van de
middelen te beëindigen per
1 januari 2002 reageert de toelatinghouder door het overleggen van een User
safety Expert rapport en een voorstel om het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en
Gebruiksaanwijzing aan te passen. Beslissende op het bezwaarschrift de
toelatinghouder wordt het eerder College-besluit inzake het voornemen
heroverwogen (besluit van 14 februari 2003). De toelatingen van de middelen
Indorex IGR Aerosol en Indorex IGR Pompspray worden –op grond van artikel 3 en
3a van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962- toegelaten tot 1 januari 2004. De
middelen mogen uitsluitend gebruikt worden als middelen ter bestrijding van
vlooien in ruimten die niet toegankelijk zijn voor kinderen met een leeftijd
van 0-4 jaar door pleksgewijze toepassing en voor zover een direct contact met
voedingsmiddelen is uitgesloten.
Abusievelijk zijn in de betreffende beslissing op bezwaar storende fouten m.b.t. de samenstellingen en de R- en S-zinnen geslopen. In dit Collegestuk wordt dat hersteld (onder kopje “Etikettering”).
Profiel fysische en chemische eigenschappen
De fysische en chemische eigenschappen van permethrin zijn
beschreven in
The Pesticide Manual.
Profiel werkzaamheid
Op grond van voorafgaande onderzoekingen -geleverd bij de aanvragen tot toelating-, gevoegd bij de praktijkervaringen mag worden aangenomen dat de toegelaten middelen op basis van permethrin werkzaam zijn voor het doel waarvoor zij zijn bestemd.
Profiel humane toxicologie
De samenvatting van de toxicologische gegevens is mede gebaseerd op een rapport uit 2000, opgesteld door het RIVM (rapportnr. 08007B01). In dit rapport is onder meer informatie opgenomen uit evaluaties van IPCS (1990), CVMP (1997) en JMPR (1999).
Toxicokinetiek
Orale blootstelling
Kinetiek en metabolisme van permethrin zijn onderzocht na orale
blootstelling in ratten, honden, lacterende geiten en koeien, kippen en humane
vrijwilligers. Permethrin wordt redelijk snel opgenomen (t1/2 absorptie is
0,9h), verdeeld over het lichaam en uitgescheiden. De mate van opname en
uitscheiding in urine en feces is enigszins afhankelijk van de isomeer-ratio.
Binnen alle geleverde proeven varieert de uitscheiding in de urine van
18-82%. Bij doses rond de NOAELs is de variatie in uitscheiding kleiner (52-82%).
Permethrin wordt goed over het lichaam verdeeld maar de hoogste concentraties worden waargenomen in het lichaamsvet waarin een tijdelijke accumulatie kan optreden. De eliminatie uit vetweefsel heeft een halfwaardetijd van ongeveer 18 dagen (accumulatie in vet voor cis- is hoger dan die voor trans-isomeer). Daarnaast worden substantiële concentraties waargenomen in ovaria en bloed en in mindere mate lever, nieren en spieren.
Permethrin is onderhevig aan een uitgebreid metabolisme. In
de uitgescheiden fracties is de moederstof nauwelijks nog aantoonbaar (alleen
in feces 3-7% van de toegediende dosis). De voornaamste metabole routes zijn
het verbreken van de ester-binding (trans- is hiervoor gevoeliger dan
cis-isomeer hetgeen de snellere excretie verklaart), hydroxylatie, oxidatie, en
conjugatie met glucuronide of sulfaat. De voornaamste metaboliet in urine is
het glucuronide-conjugaat van dichlorovinylzuur (DCVA) dat bij blootstelling
aan de trans-isomeer 42% van de toegediende dosis bedraagt (in urine van de
rat) en bij blootstelling van de cis-isomeer 14%. Daarnaast worden waargenomen
hydroxypermethrin, ‘vrij’ en gehydroxyleerd DCVA en fenoxybenzylalcohol. Deze
laatste metaboliet wordt omgezet in fenoxybezoëenzuur dat vervolgens
gehydroxyleerd wordt of geconjugeerd wordt met sulfaat.
Indien alle orale kinetiek gegevens worden beschouwd, rekening houdend met de diverse cis:trans ratio’s, wordt geconcludeerd dat de orale absorptie voor een gemiddeld technisch permethrin mengsel (met een cis:trans ratio ± 40:60) bij relatief lage doses 60% bedraagt.
Dermale
blootstelling
Er is relatief beperkte informatie beschikbaar omtrent de
dermale absorptie van permethrin. Naast een aantal beperkt gerapporteerde
studies werd in een nieuw beschikbare in
vitro studie met cavia- en humane huid waargenomen dat er respectievelijk
5% en 0,8% van de dosis door de huid was gepenetreerd na 48 uur blootstelling
voor cavia en mens. In de opgespannen huid werd er na wassing nog
respectievelijk 10 en 1,2% van de dosis teruggevonden voor cavia en mens.
Aangezien er aan het eind van de 48 uur durende test geen (mens) of nog maar
net (cavia) een duidelijke steady state in de flux werd geconstateerd moet
worden aangenomen dat de in de huid achtergebleven stof potentieel kan worden geabsorbeerd.
Dit indiceert een dermale opname (in vitro) van 15% voor de cavia en 2% voor de
mens.
Uit bovenstaande gegevens wordt geconcludeerd dat de dermale absorptie voor een gemiddeld technisch permethrin mengsel (met een cis:trans ratio ± 40:60) voor de mens in een worst case situatie 5% bedraagt (rekening houdend met cis:trans ratio’s en verschillen in permeabiliteit van de huid op verschillende plaatsen van het lichaam).
Toxicodynamiek
Acute toxiciteit
Uit diverse studies blijkt dat de acute toxiciteit van permethrin afhankelijk is van de cis:trans ratio en het gebruikte oplosmiddel. De acute toxiciteit van de cis-isomeer is een factor 10 tot 30 keer groter dan die van de trans-isomeer. Waterige oplossingen van permethrin zijn daarnaast een factor 5-10 minder toxisch dan olieachtige oplossingen.
De laagst gerapporteerde orale LD50 waarden voor een cis:trans mengsel in de verhouding 25:75 tot 40:60 variëren van 250 - >4000 mg/kg lg. De laagst gerapporteerde dermale
LD50 waarden voor dergelijke mengsels zijn ³ 2000
mg/kg lg. Derhalve dient permethrin te worden geclassificeerd als ‘Schadelijk
bij opname via de mond’ (R22). In een beperkte acute inhalatoire studie werd
bij een nominale concentratie van 23,5 mg/l geen mortaliteit waargenomen. Op
basis van deze gegevens lijkt classificatie voorlopig niet geïndiceerd.
Kortdurende en
chronische toxiciteit/Carcinogeniteit
In tabel T.1 wordt een overzicht gegeven van de beschikbare studies en de gevonden NOAELs/LOAELs. Veel studies zijn uitgevoerd in de jaren ’70 en voldoen niet meer geheel aan de huidige richtlijnen.
Genotoxiciteit
Permethrin is getest in vele in vitro en in vivo studies. Permethrin was negatief in diverse genmutatie-, mitotische recombinatie- en gen conversie testen. Permethrin was tevens negatief in een in vitro ‘unscheduled DNA synthesis test’ met humane fibroblasten en induceerde geen DNA herstel in Escherichia coli of Bacillus subtilis. Permethrin induceerde geen aneuploidy in Drosophila melanogaster. Twee in vitro clastogeniteit testen waren positief, terwijl een derde test negatieve resultaten opleverde. In vivo werd permethrin niet clastogeen bevonden.
Op basis van alle beschikbare informatie wordt permethrin in vivo als niet genotoxisch beschouwd.
Reproductie- en
ontwikkelingstoxiciteit
In diverse reproductie en teratogeniteit studies werden geen
effecten op de reproductie en geen ontwikkelingseffecten waargenomen (zie tabel
T.1 voor NOAELs/LOAELs).
Neurotoxiciteit
In een aantal redelijk recente neurotoxiciteit studies met ratten (zie tabel T.1) werden alleen bij de hoogste dosering effecten waargenomen: mortaliteit en klinische verschijnselen (tremor, wankele gang, uitgespreide achterpoten, overgevoeligheid voor stimuli). In geen van deze studies werden er substantiële laesies waargenomen in het ruggenmerg en/of perifere zenuwen.
Morfometrische analyse van de hersenen van ratten uit een 2 jr chronische studie of een
3-generatiereproductie studie liet geen structurele afwijkingen zien.
In een neurotoxiciteitstudie met kippen werden geen neuropathologische effecten waargenomen.
Effecten van
pyrethroïden op de neurologische ontwikkeling bij jonge dieren
Opgemerkt wordt dat in de openbare literatuur (o.a. Eriksson) informatie beschikbaar is met betrekking tot de effecten van pyrethroïden op de neurologische ontwikkeling bij jonge dieren.
De studies wijzen er op dat blootstelling van neonatale muizen aan pyrethroïden (en ook andere stoffen) leidt tot veranderingen in het zenuwstelsel. In het bijzonder worden veranderingen in de dichtheid van muscarine cholinerge receptoren in de cortex van muizen gemeten, zowel in jonge muizen direct na blootstelling als in volwassen muizen die neonataal zijn blootgesteld. Naast de neurochemische effecten vinden gedragsveranderingen in volwassen muizen plaats. In het algemeen wordt op dag 17 een afgenomen motorische activiteit en een toegenomen habituatie waargenomen. Na
4 maanden is de verandering in motorische activiteit omgekeerd, nl. een toegenomen motorische activiteit en een afgenomen habituatie. Dit patroon gaat vaak samen met een staat van hyperactiviteit dat in volwassen muizen aanhoudt na neonatale blootstelling aan pyrethroïden. De neurochemische- en gedragseffecten moeten daarom als toxicologisch relevant worden beschouwd.
De effecten treden op zowel na orale als na inhalatoire blootstelling. Met betrekking tot deze effecten kan momenteel geen NOAEL worden vastgesteld. De effecten zijn gevonden bij diverse pyrethroïden, zowel bij type II als bij type I pyrethroïden, waartoe permethrin behoort. Momenteel zijn dergelijke studies nog niet gerapporteerd voor permethrin. Deze informatie wordt momenteel ook betrokken bij de evaluatie van pyrethroiden in EU-verband.
Specifiek onderzoek
Uit bovenstaande dermale studies kan geen NOAEL voor dermale reacties worden afgeleid.
Tabel T.1 Relevante
NOAEL’s/LOAEL’s (mg/kg lg/d), belangrijkste tox-effecten
|
Studie |
NOAEL |
LOAEL |
Kritisch effect |
|
oraal |
|
|
|
|
10 dagen muis |
400 |
toename BUN, alleen indicatief |
|
|
10 dagen rat |
< 200 |
200 |
toename levergewicht |
|
10 dagen konijn |
< 200 |
200 |
afname lichaamsgewicht |
|
14 dagen rat |
50 |
> 50 |
geen effecten in beperkte studie |
|
14 dagen rat |
216 |
432 |
toename levergewicht en tremor |
|
14 dagen rat |
108 |
216 |
toename levergewicht en tremor |
|
14 dagen hond |
250 |
500 |
optreden tremor/ataxia |
|
28 dagen muis |
140 |
> 140 |
toename levergewicht |
|
28 dagen rat |
50 |
100 |
optreden tremor |
|
28 dagen rat |
250 |
> 250 |
optreden tremor |
|
28 dagen rat |
4 |
leverenzyminductie (APDM), alleen indicatief |
|
|
30 dagen rat |
120 |
> 120 |
afname lichaamsgewicht, toename klinische verschijnselen |
|
5 weken rat |
30 |
> 30 |
toename levergewicht |
|
90 dagen rat |
60 |
> 60 |
verandering orgaangewichten |
|
90 dagen rat |
200 |
400 |
afname lichaamsgewicht, toename klinische verschijnselen, toename levergewicht. |
|
90 dagen rat |
10 |
> 10 |
toename levergewicht |
|
90 dagen rat |
1 |
5 |
toename levergewicht |
|
90 dagen rat |
85 |
270 |
toename levergewicht |
|
90 dagen hond |
5 |
> 5 |
klinische verschijnselen |
|
90 dagen hond |
100 |
2000 |
klinische verschijnselen, toename levergewicht |
|
96 dagen hond |
50 |
> 50 |
klinische verschijnselen, toename levergewicht |
|
6 maanden rat |
75 |
150 |
klinische verschijnselen, toename levergewicht |
|
6 maanden rat |
5 |
> 5 |
toename levergewicht |
|
6 maanden hond |
250 |
> 250 |
Geen effecten, hoogste dosis getest |
|
1 jaar hond |
5 |
> 5 |
afname lichaamsgewicht |
|
98 weken muis |
38 |
150 |
proliferatie ER hepatocyten |
|
2 jaar muis |
75 |
130 |
toename mortaliteit, orgaangewichten, hematologie |
|
2 jaar rat |
25 |
50 |
toename levergewicht, proliferatie ER hepatocyten |
|
2 jaar rat |
5 |
25 |
optreden tremor, afname groei, verandering orgaangewichten |
|
2 jaar muis (IPCS) |
50 |
250 |
toename levergewicht. |
|
2 jaar rat (IPCS) |
10 |
50 |
histopathologie lever en schildklier. |
|
3-gen repro rat |
6,7 |
> 6,7 |
geen effecten bij hoogste dosis |
|
3-gen repro rat |
180 |
> 180 |
geen effecten bij hoogste dosis |
|
3-gen repro rat |
25 |
(67) |
effecten in de lever |
|
Teratogeniteit muis - maternaal - foetaal |
- 400 |
400 > 400 |
mortaliteit (1 dier) geen effecten bij hoogste dosis |
|
Teratogeniteit rat - maternaal - foetaal |
- 200 |
200 > 200 |
mortaliteit geen effecten bij hoogste dosis |
|
Teratogeniteit rat - maternaal - foetaal |
83 83 |
> 83 > 83 |
Geen effecten bij hoogste dosis Geen effecten bij hoogste dosis |
|
Teratogeniteit rat - maternaal - foetaal |
225 225 |
>225 >225 |
Geen effecten bij hoogste dosis Geen effecten bij hoogste dosis |
|
Teratogeniteit konijn - maternaal - foetaal |
400 400 |
400 400 |
Geen effecten bij hoogste dosis Geen effecten bij hoogste dosis |
|
Teratogeniteit konijn - maternaal - foetaal |
- 1200 |
600 1800 |
Mortaliteit, klinische verschijnselen, toename lichaamsgewicht. Toename late resorpties |
|
Acuut neurotox rat |
150 |
300 |
klinische verschijnselen |
|
28 dagen neurotox rat |
38 |
± 80 |
afname lichaamsgewicht, klinische verschijnselen |
|
13 weken neurotox rat |
15 |
± 90 |
afname lichaamsgewicht, klinische verschijnselen |
|
13 weken neurotox rat |
86 |
160 |
afname lichaamsgewicht, klinische verschijnselen |
|
|
|
|
|
|
21 dagen konijn |
> 1000 |
geen effecten bij hoogste dosis |
|
|
|
|
|
|
|
inhalatoir |
|
|
|
|
4 dagen rat |
< 20 |
20 |
|
|
13 weken rat |
250 |
500 |
|
|
13 weken cavia |
500 |
> 500 |
|
|
13 weken hond |
500 |
> 500 |
|
|
|
|
|
Afleiden ‘overall’
NOAEL
De ‘overall’ NOAEL voor permethrin is 5 mg/kg lg, gebaseerd op de 2-jaar chronische studie met de rat en de 1-jaar studie met de hond.
Ontbrekende gegevens
werkzame stof
Er zijn geen ontbrekende gegevens.
Ontbrekend onderzoek formuleringen
· Er ontbreekt geen onderzoek.
Beoordeling van het risico voor de toepasser en
omstanders (beroepsmatig/particulier/re-entry)
De risicobeoordeling voor de toepasser en omstanders is mede
gebaseerd op een RIVM risicobeoordeling voor de particuliere en beroepsmatige
toepasser uit 2000
(rapportnr. 08007B01).
Blootstellingsschattingen
Er zijn geen gemeten blootstellingsconcentraties beschikbaar bij gebruik van de hierboven genoemde middelen. Voor het schatten van de blootstelling en de systemische dosis zijn modellen uit CONSEXPO gebruikt. De parameters in de modellen zijn worst case genomen, zodat de volledige range van gebruik gedekt zal worden. Voor elk middel is een individuele blootstellingsschatting opgesteld gebaseerd op de gebruiksaanwijzing van het betreffende middel.
Voor het schatten van de blootstelling van werknemers die
impregneermiddelen toepassen zijn geen specifieke gegevens beschikbaar die het
toepassingsproces en de blootstelling adequaat beschrijven. Voor de
blootstellingschatting is daarom gebruik gemaakt van het EASE-model. Het EASE
model geeft een schatting van de blootstelling op basis van de
fysisch-chemische eigenschappen van de actieve ingrediënt(en) en kenmerken van
het industriële proces.
Middelen tegen insecten
die worden verspoten (sprays): Indorex IGR Aerosol en Indorex IGR Pompspray
(particulier gebruik en blootstelling van omstanders)
Voor de middelen die worden verspoten is een onderscheid gemaakt in
middelen die worden gebruikt als ‘general surface’spray en middelen die worden
gebruikt als ‘targetted spot’ spray. Voor beide typen middelen zijn de
blootstellingsschattingen opgesteld met behulp van default-scenario’s die,
afhankelijk van de Gebruiksaanwijzingen, op sommige plaatsen zijn aangepast.
Acute blootstelling van de particuliere
toepasser
Bij gebruik van de diverse spuitmiddelen vindt er voor de particuliere
toepasser voornamelijk blootstelling plaats op de dag van toepassing. In de
onderstaande tabellen worden de
MOS-waarden berekend voor inhalatoire, dermale en totale systemische
blootstelling op de dag van toepassing (acuut).
Voor de vergelijking met de inhalatoire blootstelling wordt de NOAEC van
250 mg/m3 gebruikt uit een 13-weken semichronische inhalatiestudie
met de rat. Nadeel aan deze studie is dat het hier waarschijnlijk een nominale
concentratie betreft en dat er geen aanwijzingen zijn voor de analytische
concentratie in deze studie. Het verschil tussen nominale en actuele
concentraties in inhalatiestudies in het algemeen kan variëren van een factor 1
tot 10.
De minimale MOS-waarde voor de algemene bevolking is bij voorkeur ³100, gebaseerd op een onzekerheidsfactor van
10 voor intraspeciesvariatie en een factor 10 voor interspeciesvariatie. Indien
er, ‘worst case’, wordt uitgegaan van een factor 5 tot 10 dan zou de minimale
MOS ten opzichte van de nominale NOAEC-waarde 500 tot 1000 moeten bedragen.
Hoewel het kritisch eindpunt in de inhalatiestudie (tremor) een redelijk direct
optredend effect is kan op basis van een reeks van subacute en semichronische
orale studies worden geconcludeerd dat de NOAELs voor tremor bij subacute
blootstelling hoger liggen dan bij semichronische blootstelling. Ervan
uitgaande dat dit ook van toepassing is voor inhalatoire blootstelling wordt op
basis van deze overwegingen geconcludeerd dat de minimale MOS 250 tot 500 zou
moeten bedragen.
Tabel T.2 Inhalatoire blootstelling en MOS
berekening voor de toepasser van sprays
|
Middel |
Inhalatoire blootstelling op de dag van
toepassing (mg/m3) |
Inhalatoire
NOAEC (mg/m3) |
MOS |
|
General
surface toepassingen |
|||
|
Indorex IGR Aerosol |
3,95 x
10-1 |
250 |
633 |
|
Indorex
IGR Pompspray |
9,13 x 10-1 |
250 |
274 |
Op basis van dit uitgangspunt zijn er geen gezondheidsrisico’s te
verwachten ten aanzien van de inhalatoire blootstelling aan permethrin voor de
middelen Indorex IGR Pompspray en Indorex IGR Aerosol (MOS > 250).
Voor de vergelijking met de dermale blootstelling wordt de NOAEL van
1000 mg/kg lg/dag gebruikt uit een subacute 21-dagen dermale studie met het
konijn.
Tabel T.3 Dermale blootstelling en MOS berekening voor de toepasser van
sprays
|
Middel |
Dermale blootstelling op de dag van toepassing |
Dermale NOAEL (mg/kg lg/dag) |
MOS |
|
General
surface toepassingen |
|||
|
Indorex IGR Aerosol |
5,64 x
10-2 |
1000 |
17730 |
|
Indorex
IGR Pompspray |
3,00 x 10-2 |
1000 |
33333 |
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, zijn de MOS-waarden voor alle
toepassing zeer hoog. Er zijn daarom geen gezondheidsrisico’s te verwachten ten
gevolge van dermale blootstelling aan permethrin bij gebruik van bovenstaande
middelen.
Voor vergelijking met de totaal interne belasting worden twee NOAELs
gebruikt: een NOAEL uit een acute neurotoxiciteitstudie met de rat en de
laagste NOAEL voor tremor en klinische verschijnselen bij subacute orale
blootstelling. In de eerste studie werden de effecten van permethrin onderzocht
na éénmalige orale blootstelling aan permethrin. De NOAEL in deze studie was
150 mg/kg lg/dag. Uitgaande van een orale opgenomen fractie van 60% is deze
orale NOAEL gelijk aan een systemische NOAEL van 90 mg/kg lg/dag. Een
dergelijke éénmalige dosering is in lijn met de gebruikte blootstellingscenario’s
waarbij er enkele keren per jaar op één dag een spuitbus wordt gebruikt.
Echter, het kan niet worden uitgesloten dat sommige middelen enkele dagen
achtereen worden toegepast waarbij er sprake is van subacute blootstelling.
Hiervoor wordt de laagste orale NOAEL voor direct schadelijk effecten (tremor
en andere klinische verschijnselen) uit subacute toxiciteitexperimenten
gebruikt, zijnde 38 mg/kg lg/dag (uit de 28-dagen neurotoxiciteitstudie).
Uitgaande van een orale opgenomen fractie van 60% is deze orale NOAEL gelijk
aan een systemische NOAEL van 22,8 mg/kg lg/dag.
Tabel T.4 Totaal systemische (interne) blootstelling en berekening van
de MOS voor de toepasser van sprays
|
Middel |
Totaal systemische belasting op de dag van
toepassing (mg/kg lg/dag) |
Systemische NOAEL (mg/kg lg/dag) |
MOS |
|
General
surface toepassingen |
|||
|
Indorex IGR Aerosol |
4,47 x
10-2 |
90 22,8 |
2013 510 |
|
Indorex
IGR Pompspray |
9,72 x
10-2 |
90
22,8 |
926
235 |
Uit tabel T.4 kan
ten aanzien van de totaal systemische belasting aan permethrin bij gebruik van
de diverse spuittoepassingen worden geconcludeerd dat de MOS waarden over het
algemeen genomen vrij hoog zijn. Er wordt geconcludeerd dat er geen acute
gezondheidsrisico’s te verwachten zijn voor de toepasser ten aanzien van de
middelen Indorex IGR Aerosol en Indorex IGR Pompspray.
Acute blootstelling na toepassing van sprays (omstanders / kruipende
kinderen)
Door de inperking
van het Wettelijk gebruiksvoorschrift tot de toepassing in ruimten die niet
toegankelijk zijn voor kinderen van 0 tot 4 jaar wordt geen blootstelling van
kinderen via de dermale route en via hand-mond contact verwacht. Als ‘worst
case’ situatie is de dermale blootstellingsroute voor kruipende kinderen van
10-11 maanden toch doorgerekend.
In de tabel
hieronder staan voor de diverse middelen de dermale blootstellingen weergegeven
tijdens de periode van 14 dagen na een toepassing. Deze subacute dermale
blootstelling wordt vergeleken met een NOAEL uit een 21-dagen subacute dermale
studie met het konijn (zie boven).
Tabel T.5
Dermale blootstelling van omstanders en berekening van de MOS na toepassing van
sprays
|
Middel |
Dermale blootstelling na toepassing (mg/kg lg/dag) |
Dermale NOAEL (mg/kg lg/dag) |
MOS |
|
|
General surface
toepassingen |
||||
|
Indorex IGR Aerosol* |
5,51 |
1000 |
181 |
|
|
Indorex
IGR Pompspray* |
2,93 |
1000 |
341 |
|
*Blootstelling van
kruipende kinderen.
Uit de bovenstaande
tabel blijkt dat er voor alle middelen geen gezondheidsrisico’s zijn te
verwachten in de post-applicatie fase ten aanzien van de dermale subacute
blootstelling aan permethrin (MOS>100).
Chronische blootstelling tijdens toepassing (toepasser)
Voor de diverse
spuittoepassingen is de totale jaargemiddelde systemische belasting berekend
voor de toepasser. In de onderstaande tabel zijn de jaargemiddelde blootstellingen
opgenomen en worden vergeleken met de interne ‘overall NOAEL’ voor permethrin.
De overall NOAEL voor permethrin is 5 mg/kg lg/dag. Uitgaande van een orale
absorptie van 60% is de systemische (interne) overall NOAEL 3 mg/kg lg/dag.
Tabel T.6 Totaal
systemische blootstelling van de toepasser van sprays en berekening van de MOS
voor jaargemiddelde blootstelling
|
Middel |
Totaal systemische belasting
jaargemiddeld (mg/kg lg/dag) |
Systemische NOAEL (mg/kg lg/dag) |
MOS |
|
General surface
toepassingen |
|||
|
Indorex IGR Aerosol |
1,02 x 10-3 |
3 |
2941 |
|
Indorex
IGR Pompspray |
2,21 x 10-3 |
3 |
1357 |
De berekende
MOS-waarden voor chronische jaargemiddelde blootstelling van de toepasser aan
permethrin bij gebruik van de diverse middelen zijn allen hoog tot zeer hoog.
Voor geen van de middelen in de tabel is er derhalve een gezondheidsrisico te
verwachten voor de toepasser ten gevolge van chronische blootstelling aan
permethrin.
Chronische blootstelling na toepassing van sprays (omstanders /
kruipende kinderen)
Chronische blootstelling
voor omstanders is alleen relevant in geval er sprake is van kruipende kinderen
in ruimten waar middelen op basis van permethrin zijn toegepast. In geval van
Indorex IGR Aerosol en Indorex IGR Pompspray is middels het Wettelijk
Gebruiksvoorschrift uitgesloten dat kinderen kunnen kruipen in ruimten waar
deze middelen zijn toegepast. Daarom wordt geen relevante chronische
blootstelling voor omstanders verwacht.
Indorex IGR
Aerosol en Indorex IGR Pompspray: neurotoxiciteit en risico’s voor jonge kinderen
In bovenstaande risicoschattingen is geen rekening gehouden met de effecten van pyrethroiden op de neurologische ontwikkeling bij jonge dieren (zie ‘Neurotoxiciteit’ bij ‘Profiel humane toxicologie’). Met betrekking tot deze effecten kan voor permethrin vooralsnog geen NOAEL worden vastgesteld. Gelet op de plaatsen waar de middelen Indorex IGR Aerosol, Indorex IGR Pompspray worden gebruikt is blootstelling van jonge kinderen niet waarschijnlijk.
Conclusie risico
voor de toepasser
In de onderstaande tabel is per middel weergeven voor welke categorieën van blootstellingen er wel of geen gezondheidsrisico’s zijn te voorzien.
Tabel T.7 Gezondheidsrisico’s voor toepassers en omstanders
|
|
Toepasser |
Omstander /
Consument |
||||||
|
|
tijdens
toepassen |
|
na toepassen |
|
||||
|
|
inhala-toir |
der-maal |
syste-misch
acuut |
syste-misch chronisch |
der-maal |
syste-misch
sub-acuut |
syste-misch chronisch |
|
|
Indorex IGR Aerosol |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
|
Indorex
IGR Pompspray |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
-
=
geen gezondheidsrisico verwacht
Ten aanzien van de blootstelling van omstanders worden geen
gezondheidsrisico’s bij acute en/of chronische blootstelling verwacht voor de
middelen Indorex IGR Aerosol en
Indorex IGR Pompspray. Middels een inperking van het wettelijk
gebruiksvoorschrift wordt geen bloostelling verwacht van jonge kinderen.
Ontbrekende
gegevens m.b.t. risico voor de toepasser
Er zijn geen ontbrekende gegevens
Beoordeling van het risico voor de volksgezondheid
Bij gebruik van de middelen Indorex IGR Aerosol, Indorex IGR Pompspray volgens het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing wordt geen blootstelling aan residuen op consumptieproducten verwacht.
Etikettering
Voorstel voor
classificatie werkzame stof (symbolen en R- en S-zinnen)
(EU classificatie)
|
Symbool: |
Xn |
met als onderschrift: Schadelijk |
|
R-zinnen |
R22 |
Schadelijk bij opname door de mond |
|
S-zinnen |
S24 |
Aanraking met de huid vermijden |
Voorstel voor
classificatie formuleringen (symbolen en R- en S-zinnen)
Op basis van bovenstaand profiel van de stof, de geleverde formuleringstoxicologie voor het middel, de eigenschappen van de hulpcomponenten, de wijze van toepassen en de risicoschatting voor de toepasser wordt voorgesteld onderstaande middelen als volgt te etiketteren:
Indorex IGR Aerosol op basis van 0,94 % permethrin, 1,88% piperonylbutoxide en
0,038% fenoxycarb:
|
Symbool: |
- |
- |
|
R-zinnen |
|
HOUDER ONDER DRUK |
|
|
|
Brandbaar |
|
S-zinnen |
S2 |
Buiten bereik van kinderen bewaren |
|
|
S13 |
Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder |
|
|
S20/21 |
Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik |
|
|
S23 |
Spuitnevel niet inademen |
|
|
|
Handen wassen na toepassing |
|
|
|
Niet toepassen in ruimten die toegankelijk zijn voor kinderen van 0-4 jaar |
|
|
|
Beschermen tegen de zon en niet blootstellen aan een hogere temperatuur dan 50o C |
|
|
|
Ook na gebruik niet doorboren of verbranden |
|
|
|
Niet spuiten in de richting van een vlam of gloeiend voorwerp |
Indorex IGR Pompspray op basis van 0,01% fenoxycarb, 1% piperonylbutoxide en
0,5% permethrin:
|
Symbool: |
- |
- |
|
R-zinnen |
|
Ontvlambaar |
|
S-zinnen |
S2 |
Buiten bereik van kinderen bewaren |
|
|
S13 |
Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder |
|
|
S20/21 |
Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik |
|
|
S23 |
Spuitnevel niet inademen |
|
|
|
Niet toepassen in ruimten die toegankelijk zijn voor kinderen van 0-4 jaar |
Profiel milieuchemie en -toxicologie
Het betreft een aanvraag tot toelating
van de middelen Indorex IGR Aerosol en
Indorex IGR Pompspray. De risicobeoordeling is gebaseerd op het RIVM
adviesrapport 09339a00 van november 2003 betreffende permethrin en nieuwe studies
die geleverd zijn bij de verlengingsvragen. De beoordeling is uitgevoerd
volgens het Besluit milieutoelatingseisen Biociden. Volgens het Bmbio moet
zowel de toepassingsfase, de gebruiksfase als de afvalfase beoordeeld worden.
In onderstaande tabel M.1 wordt een overzicht van de toepassingen gegeven.
Tabel M.1 Toepassingsoverzicht
|
Middel |
Toepassing |
Gehalte
in middel |
Dosering
middel (ml/m2) |
Dosering
w.s. (mg/m2) |
|
Indorex
IGR Aerosol |
Vlooien in ruimten dmv. oppervlaktebehandeling |
0,94% (m/v) |
12,5 |
117,5 |
|
Indorex
IGR Pompspray |
Vlooien in ruimten dmv. oppervlaktebehandeling |
0,5% (m/v) |
25 |
125 |
Profiel permethrin
Voor permethrin is in 1993 door het RIVM in opdracht van het CTB een risicobeoordeling voor de toepassing van permethrin als bestrijdingsmiddel gemaakt. Naar aanleiding van vragen zijn door de aanvrager een actiefslib inhibitie-test en statements aangeleverd. Zowel de oude als nieuwe studie zijn opgenomen in het profiel.
Gedrag in grond
Omzettingssnelheid en omzettingsroute in grond
In een aërobe omzettingsstudie met twee gronden (pH 5,5 en 6,3; organisch stofgehalte:
2,5 en 15,3%) en 14C-vinyl gelabeld of 14C-methyleen gelabeld permethrin werd bij 25 °C een DT50 waarde van 9 dagen in beide grondtypen gevonden. Omgerekend naar 20 °C is een DT50 van 13 dagen. In een minder betrouwbare studie werd een DT50 waarde van
< 23 dagen gevonden. Een geïdentificeerde metaboliet werd gevormd in meer dan 10%. Voor deze metaboliet zijn geen DT50 –waarden beschikbaar. Aangezien emissie naar bodem voor de betreffende toepassingen niet relevant is, wordt voor verdere details verwezen naar het RIVM Milieu fiche (adviesrapport 90/670101/017)
Adsorptie, desorptie en mobiliteit in grond
In één TLC studie en één dikke laag chromatografie studie met drie bodemtypes met verschillend gelabeld permethrin werd permethrin voornamelijk in de bovenste 5-6 cm teruggevonden. Dit duidt erop dat permethrin weinig mobiel is. Op basis van deze studie kan een Kom waarden van gemiddeld 340 L/kg worden afgeleid. Betrouwbare Kom-waarden zijn niet voor handen (zie voor meer informatie RIVM Milieu fiche (adviesrapport 90/670101/017)).
Gedrag in water
Biodegradatie in
water-slib systemen
Er zijn geen gegevens beschikbaar over de biodegradatie in water-slib systemen. Bij de risicobeoordling is aangenomen dat permethrin slecht afbreekbaar is (not readily biodegradable).
Hydrolyse
in watersystemen
Voor de hydrolyse van permethrin zijn bij 26°C DT50 –waarden bepaald van < 23 dagen bij pH 10 en < 40 dagen bij pH 4 en 7.
Fotolyse in
watersystemen
In een minder goed gedocumenteerde studie werden in vijverwater bij blootstelling aan zonlicht DT50 –waarden gevonden van 19,6 en 27,1 uur voor respectievelijk trans-permethrin en cis-permethrin. Tevens werd een snelle isomerisatie van trans naar cis-permethrin waargenomen. Voor de berekeningen wordt deze route als niet relevant beschouwd.
Bioconcentratie
Op grond van de gemeten log Kow (6,5) kan voor permethrin een BCF van 66800 L/kg berekend, hetgeen duidt op een sterke bioaccumulerende potentie. In een review rapport worden experimenteel bepaalde BCF-waarden voor vissen variërend van 3000 tot 20000 vermeld. Deze waarden echter niet worden gevalideerd.
Gedrag in
sediment
Degradatie
in sediment-water systemen
In vier water-sediment systemen zijn DT50 waarden bepaald van < 23 dagen voor de waterfase en < 23 tot 57 dagen voor het sediment.
Cyclopropaan gelabeld permethrin werd toegevoegd aan de systemen en 5 verschillende behandelingen werden onderzocht:
1) belucht water;
2) belucht water en 4 guppies;
3) belucht sediment;
4) statistisch en
5) continue doorstroming.
De controle was een water/sediment systeem met sandy loam
(pH 7,1, organisch stofgehalte 4,1%) en belucht water. Maximaal 12% van het
toegevoegde werkzame stof werd na
57 dagen teruggevonden als vluchtige stof, mogelijk CO2. In de
controle nam de totaal radioactiviteit in het water af van 44% (t=0) tot 19 en
9% na 23 en 57 dagen. Bij de overige behandelingen en grondsoorten nam de
concentratie van de werkzame stof in het water af tot 6 – 38% na 23 dagen en
tot 4-25% na 57 dagen. De concentraties van de werkzame stof in het water waren
het laagst waar het sediment werd belucht (4-8%) en waar het systeem continu
werd doorstroomd (6%). In het sediment van de controle werd 34% teruggevonden
als werkzame stof en 0,5% als gebonden residu. In de andere behandelingen met
sandy loam werd 11-34% teruggevonden als werkzame stof, metaboliet cis-mI was
altijd
< 3%, metaboliet trans-mI van 1-12%, een onbekende metaboliet van 1-15%,
rest 3-8% en gebonden residu van 8-20% na 23 en 57 dagen. In de andere
grondsoorten werd
23-58% van de werkzame stof teruggevonden, cis-mI was < 4%, trans-mI
varieerde van
4-13%, een onbekende metaboliet van 6-11%, rest 0-25% en gebonden residu van
1-22% na 23 en 57 dagen.
In de controle en het doorstroom systeem zat 17% (na 57 dagen) en 41% (na 23 dagen) van de totale radioactiviteit aan het glaswerk. Bovenbeschreven studie werd minder betrouwbaar geacht vanwege het geringe aantal en een verkeerde keus van de meettijdstippen alsmede twijfels omtrent de opbouw van het systeem.
De aanwezigheid van vissen had weinig effect op de degradatie of verdeling van de werkzame stof. In twee systemen werd minder dan 10% van de totale radioactiviteit in de vis teruggevonden.
In een ander (minder goed gedocumenteerde) studie met
kunstmatige vijvers met
2,9% grond (Klei, pH 7,5, organisch stofgehalte 3,4%) en 14C-methyleen- of
cyclopropyl gelabeld permethrin werd een DT50 (water) van <1 dag gevonden. De DT50
voor het hele systeem was <14 - <35 dagen.
Voor de risicobeoordeling wordt een DT50 van <23 dagen in de waterfase gebruikt.
Adsorptie,
desorptie en mobiliteit in water-sediment systemen
Er zijn geen adsorptie desorptie studies beschikbaar. Vooralsnog zal voor
de berekeningen de indicatieve Kom 340 L/kg worden gehanteerd.
Voor een toekomstige
beoordeling dient een schudproef te worden geleverd met de werkzame stof
permethrin met tenminste 2 slootbodemmaterialen ter bepaling van de Ks/l.
Gedrag
in lucht
Emissie
naar lucht
De
volgende inschatting wordt gemaakt op basis van fysische eigenschappen van
permethrin. In het Illustrated Handbook of Physical Chemical Properties and
Environmental Fate for Organic Chemicals worden waarden tussen 1,3 10-6 en 4,5
10-5 Pa (bij 20-25°C) gegeven.
Permethrin is op basis van de RIVM-classificatie weinig vluchtig.
Toxicologie
Acute toxiciteit voor aquatische organismen
Toxiciteit voor
algen
Permethrin is weinig giftig voor algen. Zie voor een overzicht van de algentoxiciteit van permethrin tabel M.2.
Tabel
M.2 Overzicht algentoxiciteit van
permethrin
|
Teststof |
Organisme |
Parameter |
Waarde
[mg/L] |
Opmerkingen |
|
Permethrin |
Selenastrum
capricornutum |
NOEC NOEC |
0,87 2,7 |
Biomassa Groei snelheid |
Acute toxiciteit
voor kreeftachtigen
Permethrin is acuut zeer giftig voor kreeftachtigen. Zie voor een overzicht van de acute toxiciteit van permethrin voor kreeftachtigen tabel M.3.
Tabel
M.3 Overzicht acute toxiciteit van permethrin voor kreeftachtigen
|
Teststof |
Organisme |
48-uur LC50 [mg/L] |
Opmerkingen |
|
Permethrin |
Daphnia
magna |
0,2-0,6 |
|
|
Permethrin |
Daphnia magna |
0,6 |
|
|
Permethrin |
Daphnia magna |
2 |
|
|
Permethrin |
Asellus aquaticus |
0,085 |
72 h Immobiliteit |
Acute
toxiciteit voor vis
Permethrin is zeer giftig voor vissen. Zie voor een overzicht van de acute toxiciteit van permethrin voor vissen tabel M.4.
Tabel
M.4 Overzicht acute toxiciteit van permethrin voor vissen
|
Teststof |
Organisme |
96-uur LC50 [mg/L] |
Opmerkingen |
|
Permethrin |
Lepomis macrochrrus |
0,74 |
|
|
Permethrin |
Cyprinus
carpio |
14 |
|
|
Permethrin |
Oncorynkiss
mykiss |
9-19 |
|
Chronische toxiciteit voor aquatische organismen
Chronische
toxiciteit voor kreeftachtigen
Geen gegevens beschikbaar
Chronische
toxiciteit voor vis
Geen gegevens beschikbaar
Overige waterorganismen
Permethrin is zeer giftig voor overige aquatische invertebraten. Zie voor een overzicht van de acute toxiciteit van permethrin tabel M.5.
Tabel
M.5 Overzicht acute toxiciteit van permethrin voor gaasvliegen
|
Teststof |
Organisme |
48-uur
EC50 [µg/L] |
Opmerkingen |
|
Permethrin |
Cloeon
dipterum |
0,03 |
Immobiliteit |
Toxiciteit sediment
organismen
Er zijn geen betrouwbare studies beschikbaar naar de toxiciteit van permethrin voor sedimentorganismen.
Invloed op de
zuivering van afvalwater
Permethrin is weinig giftig voor actief slib. Zie voor een overzicht van de acute toxiciteit van permethrin tabel M.6.
Tabel
M.6 Effect van permethrin op de respiratieremming van actief slib
|
Teststof |
Testsysteem |
NOEC [mg/L] |
Opmerkingen |
|
Permethrin |
Huishoudelijk afvalwater |
> 100 |
|
Toxiciteit voor niet tot de doelsoort behorende organismen
Toxiciteit voor vogels
Acuut orale toxiciteit voor vogels
Permethrin is oraal acuut weinig giftig voor vogels. Zie voor een overzicht van de acuut orale toxiciteit voor vogels tabel M.7.
Tabel
M.7 Overzicht acuut orale toxiciteit van
permethrin voor vogels
|
Teststof |
Organisme |
LD50
[mg/kg lich. gew.] |
Opmerkingen |
|
permethrin |
Gallus gallus |
> 3000 |
|
|
permethrin |
Perdix
perdix |
> 2000 |
|
|
permethrin |
Phasianus
sp. |
> 2000 |
|
|
permethrin |
Anas
platyrhynchos |
>4640 |
|
|
permethrin |
Passer
domesticus |
>3500 |
|
Subacuut orale toxiciteit voor vogels
In dieet studies was permethrin weinig giftig voor vogels. Zie tabel M.8.
Tabel M.8 Overzicht subacuut orale toxiciteit van pemethrin voor vogels
|
Teststof |
Organisme |
LC50 [mg/kg voer] |
Opmerkingen |
|
permethrin |
Anas platyrhynchos |
> 23000 |
|
|
permethrin |
Phasianus |
> 23000 |
|
|
permethrin |
Anas
platyrhynchos |
> 10000 |
|
|
permethrin |
Colinus
virginianus |
> 10000 |
|
Toxiciteit voor zoogdieren
De overall NOAEL voor permethrin is 5 mg/kg lich. gew., gebaseerd op een 2-jaar chronische studie met ratten en honden (zie C-111.3.7, d.d. juli 2002). Het betreft een milieurelevante effectparameter (afname lichaamsgewicht).
Risico’s voor het milieu
(artikel 2 Bmbio)
Indorex IGR Aerosol (H) (EU product type 18)
Voor het middel Indorex IGR Aerosol wordt toelating verzocht voor de bestrijding van vlooien in ruimten door pleksgewijze toepassing en voorzover een direct contact met levensmiddelen is uitgesloten. Toepassing is binnenshuis waar vlooienlarven zich schuilhouden.
Emissieroutes
Blootstelling van milieu kan plaatsvinden via de lucht bij
ventilatie van de behandelde ruimten en via de afvalfase van verontreinigde
oppervlakken.
Volgens artikel 3.3.1 van het Bmbio hebben de toelatingseisen met betrekking tot lucht een algemeen karakter en zijn niet nader aangeduid in de vorm van een getalsmatige norm. Derhalve worden effecten op de luchtkwaliteit slechts meegewogen bij de besluitvorming over een biocide voor zover deze kunnen worden voorzien. Permethrin is op basis van de RIVM-classificatie weinig vluchtig. Blootstelling van het milieu via emissie naar lucht wordt gering geacht. Gezien de molecuulstructuur van permethrin wordt een risico voor aantasting van de ozonlaag uitgesloten.
Met betrekking tot de
afvalfase dient het KCA-logo op de verpakking komen te staan.
Daar voor de bepaling van emissie in afvalfase (verontreinigde
oppervlakken) nog geen gevalideerd scenario beschikbaar is wordt hiervoor het
risico vooralsnog niet beoordeeld.
Bij toekomstige beoordelingen zal dit aspecten mogelijk wel worden behandeld.
Op basis van de huidige
beschikbare gegevens en methodieken voldoet Indorex IGR Aerosol aan de
milieu-eisen zoals opgenomen in het Bmbio.
Indorex IGR Pompspray (H) (EU product type 18)
Voor het middel Indorex IGR Pompspray wordt toelating verzocht voor de bestrijding van vlooien in ruimten door pleksgewijze toepassing en voorzover een direct contact met levensmiddelen is uitgesloten. Toepassing is binnenshuis waar vlooienlarven zich schuilhouden.
Emissieroutes
Blootstelling van milieu kan plaatsvinden via de lucht bij ventilatie van de behandelde ruimten en via de afvalfase van verontreinigde oppervlakken.
Volgens artikel 3.3.1 van het Bmbio hebben de toelatingseisen met betrekking tot lucht een algemeen karakter en zijn niet nader aangeduid in de vorm van een getalsmatige norm. Derhalve worden effecten op de luchtkwaliteit slechts meegewogen bij de besluitvorming over een biocide voor zover deze kunnen worden voorzien. Permethrin is op basis van de RIVM-classificatie weinig vluchtig. Blootstelling van het milieu via emissie naar lucht wordt gering geacht. Gezien de molecuulstructuur van permethrin wordt een risico voor aantasting van de ozonlaag uitgesloten.
Met betrekking tot de
afvalfase dient het KCA-logo op de verpakking komen te staan.
Daar voor de bepaling van emissie in afvalfase (verontreinigde
oppervlakken) nog geen gevalideerd scenario beschikbaar is wordt hiervoor het
risico vooralsnog niet beoordeeld.
Bij toekomstige beoordelingen zal dit aspecten mogelijk wel worden behandeld.
Op basis van de huidige
beschikbare gegevens en methodieken voldoet Indorex IGR Pompspray aan de
milieu-eisen zoals opgenomen in het Bmbio.
Conclusies milieu
In deze beoordeling is permethrin als werkzame stof in de middelen Indorex IGR Aerosol en Indorex IGR Pompspray getoetst. Voor de gebruiks- en afvalfase zijn tot op heden geen beoordelingsmethodieken in het kader van deze beoordeling uitgewerkt.
1. Op basis van de huidige beschikbare gegevens en methodieken voldoen Indorex IGR Aerosol en Indorex IGR Pompspray aan de milieu-eisen zoals opgenomen in het Bmbio.
Gegevens te
leveren voor toekomstige beoordeling
1. Voor de onderhavige middelen Indorex IGR Pompspray en Indorex IGR Aerosol is de verwachting dat de afvalfase relevant is. Met betrekking tot dit aspect zijn om het risico te beoordelen de onderstaande vragen van toepassing volgens G.4.1a van het aanvraagformulier:
a)
in welke hoedanigheid
en in welke concentratie in het materiaal gaat de werkzame stof het
afvalstadium in?
b) hoe vindt afvalverwerking van het materiaal plaats?
c) in welke concentraties vindt blootstelling van milieucompartimenten plaats tijdens en na de afvalverwerking?
Conclusie over alle aspecten
Gebleken is dat de middelen Indorex IGR Pompspray en Indorex IGR Aerosol op basis van permethrin voldoende werkzaam zijn en geen schadelijke uitwerking hebben op de gezondheid van de mens en op het milieu bij toepassing volgens het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en de Gebruiksaanwijzing.
Besluit
|
· Het College besluit de toelating van het middel Indorex IGR Aerosol op basis van de werkzame stoffen permethrin, piperonylbutroxide en fenoxycarb te verlengen op grond van art. 3 en 3a van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. · Als nieuwe einddatum voor permethrin voor H-toepassingen wordt 1 januari 2014 vastgesteld. ·
De einddatum van
piperonylbutoxide is 1 september 2010. ·
Als expiratiedatum voor het
middel Indorex IGR Aerosol
wordt 1 september 2010 (=einddatum piperonylbutoxide)
vastgesteld. · Voorlopige etikettering van Indorex IGR Aerosol wordt vastgesteld. Naar aanleiding van het “Project heretikettering krachtens Richtlijn 1999/45/EG” wordt in 2004 de etikettering mogelijk aangepast.
Als voorwaarde voor een toekomstige beoordeling dienen bij een toekomstige aanvraag –in ieder geval– de volgende gegevens geleverd te worden: 1. Voor het middel Indorex IGR Aerosol is de verwachting dat de afvalfase relevant is. Met betrekking tot dit aspect zijn om het risico te beoordelen de onderstaande vragen van toepassing volgens G.4.1a van het aanvraagformulier: a)
in welke
hoedanigheid en in welke concentratie in het materiaal gaat de werkzame stof
het afvalstadium in? b) hoe vindt afvalverwerking van het materiaal plaats? c) in welke concentraties vindt blootstelling van milieucompartimenten plaats tijdens en na de afvalverwerking? |
Met het oog op de bestudering van de rapporten en een tijdige herbeoordeling is het noodzakelijk de bovengenoemde gegevens uiterlijk 14 maanden voor de expiratiedatum, -bij een alsdan in te dienen aanvraag tot verlenging- te ontvangen. U dient de betreffende gegevens in één zending aan het College aan te bieden. Voor wat betreft de wijze en tijdstip van indienen van de gevraagde gegevens en de eisen die aan deze gegevens gesteld worden, wordt verwezen naar de algemene instructie voor het indienen van aanvragen tot toelating van bestrijdingsmiddelen.
HET
COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,
(voorzitter)